Ziektebeloop en het inzetten van palliatieve zorg
Thema

Ziektebeloop en het inzetten van palliatieve zorg

In Nederland overleden in 2024 ruim 170.000 mensen. Bij ongeveer tweederde van hen, zo'n 300 per dag, was het overlijden niet onverwacht. Zij hadden in de laatste levensfase mogelijk behoefte aan palliatieve zorg. De grootste groep (40,3%) waren mensen met kanker: ruim 45.000 overlijdens per jaar. Ruim 31% overleed aan orgaanfalen, bijna 17% aan dementie en ruim 11% aan andere aandoeningen. 

Op deze pagina lees je hoe het beloop is van levensbedreigende ziektes en toenemende kwetsbaarheid, welke vormen en fases van palliatieve zorg er zijn, en hoe en wanneer je palliatieve zorg inzet. 

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 30 september 2026


Hoe ziet het ziektetraject eruit? 

Iedere aandoening heeft globaal zijn eigen beloop richting het overlijden. Het helpt om die patronen te kennen, al is ieder mens uniek en verloopt het in de praktijk heel wisselend. Leeftijd, comorbiditeit en individuele omstandigheden zorgen voor grote variatie. Trajecten kunnen door elkaar lopen of onverwacht van karakter veranderen. 

Als je het verwachte beloop kent, kun je tijdig anticiperen in plaats van achter de feiten aan lopen. Dat is precies waar passende zorg om vraagt. Bij kanker bijvoorbeeld, houd je rekening met een wisselend beloop, dat sterk afhangt van het effect van de behandeling en bespreek je daarom meerdere scenario's. Bij COPD en hartfalen praat je na een exacerbatie over wat de patiënt wil bij een volgende exacerbatie. En bij dementie begin je vroeg, wanneer de patiënt nog goed in staat is om zijn of haar wensen en behoeften te verwoorden. 

Dit was het klassieke beeld bij kanker. Dit beeld gaat tegenwoordig niet meer voor iedereen op. Door nieuwe behandelmethoden, zoals immunotherapie en doelgerichte therapie zijn er tegenwoordig meerdere mogelijke routes. Zie Figuur 2 hieronder. Sommige patiënten reageren sterk en leven jarenlang met redelijke kwaliteit van leven. Bij anderen slaat de therapie niet aan en verslechtert de situatie snel. En soms is er een grote tijdelijke verbetering, gevolgd door een plotselinge achteruitgang. 

Figuur 2: Vier mogelijke ziektetrajecten bij ongeneeslijke solide kanker. Palliatieve en ondersteunende zorg loopt bij alle trajecten mee vanaf de diagnose. 

Bron: Geijteman ECT et al. BMJ 2024;384:e076625  —  zie ook NTVG 2024;168:D8232 

Uit het IKNL-rapport ‘Uitgezaaide kanker 2025’ blijkt: de helft van alle patiënten met de diagnose al uitgezaaide kanker overlijdt binnen zeven maanden; dat is de groep met de snelle verslechtering. Tegelijkertijd leeft 21% van de patiënten nog drie jaar na diagnose, een lichte stijging ten opzichte van 17% in de periode 2014–2018. Er zijn geen getallen over de overleving bij patiënten waarbij de uitzaaiingen na diagnose (en meestal ook na behandeling) aan het licht komen [IKNL, 2025}.  

Dit beeld wordt vooral bij COPD en hartfalen gezien. Na de ernstige episodes, exacerbaties, knapt de patiënt vaak tijdelijk weer op. Het overlijden komt daardoor soms onverwacht. 

Deze patiënten hebben juist tijdens en ná acute episodes extra behoefte aan palliatieve zorg. Die momenten zijn geschikt om te bespreken wat de patiënt wil bij een volgende exacerbatie: hoe belastend mag een ziekenhuisopname zijn, en wat zijn de grenzen van de behandeling? Dit wordt vastgelegd in het proactief zorgplan. 

Dit beeld wordt vooral bij kwetsbaarheid en dementie gezien. De patiënt verliest stap voor stap vaardigheden en zelfstandigheid. Het eindpunt is soms moeilijk te voorspellen; sterfte kan worden uitgelokt door een ogenschijnlijk kleine gebeurtenis, zoals een val of longontsteking. 

Juist bij deze groep wordt de palliatieve fase, en daarmee het gesprek over wensen, vaak te laat herkend. Het is daarom belangrijk vroeg te beginnen, terwijl de patiënt nog mee kan praten. Bij aandoeningen met cognitieve stoornissen, zoals dementie, is dit extra urgent: wacht niet tot de patiënt wilsonbekwaam is. 

Naar boven


Waarom is kennis over het ziektebeloop belangrijk? 

Het is belangrijk om de fase van iemands ziekteproces goed te herkennen, omdat dit direct bepaalt wanneer en hoe palliatieve zorg wordt ingezet. Palliatieve zorg is zorg die gericht is op kwaliteit van leven bij een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid. Het aantal mensen neemt toe en mensen worden ouder. Dat impliceert dat het aantal mensen met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid ook toeneemt. Bovendien leven mensen langer door verbeterde behandelmogelijkheden. Dat maakt palliatieve zorg voor steeds meer mensen, en steeds langer, relevant. Goede palliatieve zorg begint met weten waar de patiënt staat in het ziekteproces en wat dat vraagt van de zorg en ondersteuning. Dat is niet altijd eenvoudig, want kwaliteit van leven is meer dan de afwezigheid van klachten.  

Patiënten kunnen ondanks ernstige lichamelijke beperkingen oprecht aangeven dat ze gelukkig zijn, of dat ze deze periode niet hadden willen missen. Dat klinkt misschien verrassend, maar het heeft een verklaring. In de loop van een ernstige ziekte verschuiven waarden en prioriteiten. Wat iemand vroeger belangrijk vond, kan aan betekenis verliezen. Andere dingen, zoals nabijheid van dierbaren, rust of betekenisvolle momenten, krijgen juist meer gewicht. Dit proces van herwaardering heet ook wel response shift. Die verschuiving is geen berusting of opgeven, maar een actief aanpassingsproces dat tijd en ruimte vraagt.

Naar boven 


Wat zijn de vormen en fases van palliatieve zorg? 

Figuur 3: Palliatieve zorg kent vier vormen 

Ziektegerichte palliatie richt zich op de onderliggende ziekte. Het doel is de kwaliteit van leven te behouden of te verbeteren. Soms is het doel ook om het leven te verlengen door de onderliggende ziekte te behandelen, maar alleen als de patiënt dat wil en de baten opwegen tegen de lasten. 

Denk aan systemische therapie (chemotherapie, doelgerichte therapie en/of immunotherapie) of bestraling bij patiënten met kanker of aan behandeling van hartfalen (bijv. met betablokkers, ACE-remmers, ARB’s en ARNI’s), niet met als doel genezing, maar om de ziekte te remmen. Soms verdwijnt een klacht daardoor geheel, soms verlicht het de symptomen voor langere tijd. 

Patiënten hebben soms irreële verwachtingen van de behandeling. Het is de taak van de zorgprofessional om waarden, wensen, behoeften en verwachtingen te verkennen en het gesprek aan te gaan over wat de behandeling realistisch kan brengen. Ziektegerichte behandeling gaat immers gepaard met bijwerkingen en belasting. Wanneer die baten niet (meer) opwegen tegen de belasting, is niet starten, of tijdig stoppen, de beste keuze. Dit wordt besproken met de patiënt en naasten. 

Symptoomgerichte palliatie wordt vanaf het begin ingezet. Het staat centraal als de ziekte zelf niet meer te behandelen is, of als de ziektegerichte behandeling met te veel bijwerkingen gepaard gaat en patiënt en zorgprofessional samen besluiten daar niet (meer) op in te zetten.  

De prioriteit van de patiënt bepaalt welke klachten aangepakt worden. Kwaliteit van leven staat voorop. 

Behandeling van symptomen kan medicamenteus zijn, maar ook niet-medicamenteus. Soms werkt intensievere symptoombestrijding goed, maar het kan ook fysieke of psychische bijwerkingen geven. Dat kan de kwaliteit van leven juist verminderen. De zorgprofessional bespreekt dit met de patiënt. 

De zorgprofessional heeft ook aandacht voor anticiperende rouw: de rouw die al begint vóór het overlijden, bij zowel de patiënt als de naasten. Meer hierover lees je op de themapagina Verlies en rouw. 

De stervensfase begint als duidelijk is dat de patiënt binnen enkele dagen tot maximaal 7 dagen zal overlijden. Er zijn geen scherpe criteria voor het vaststellen van de stervensfase. Zie voor de markering van de stervensfase de richtlijn Zorg in de stervensfase. 

Soms zijn klachten alleen te verlichten met ingrijpende middelen, zoals palliatieve sedatie bij refractaire klachten. De intentie daarvan is altijd het verlichten van lijden, niet het inkorten van het leven. Raadpleeg hiervoor de richtlijn Palliatieve sedatie. 

De betrokken zorgprofessional legt afspraken vast in het proactief zorgplan of start het Zorgpad Stervensfase. Hij zorgt er ook voor dat alle andere betrokken zorgprofessionals zo snel mogelijk worden geïnformeerd over de stervensfase of het overlijden van de patiënt. 

Palliatieve zorg eindigt niet bij het overlijden. Het richt zich ook op begeleiding van naasten na het overlijden. Nodig hen uit voor een nagesprek als daar behoefte aan is en ondersteun hen bij hun rouw. Meer hierover lees je op de themapagina Verlies en rouw. 

Ziektegerichte en symptoomgerichte palliatie sluiten elkaar niet uit. Je zet ze vaak tegelijk in vanaf het moment dat de ziekte levensbedreigend is of bij toegenomen kwetsbaarheid. Dit sluit aan bij het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland (2026). Symptoomgerichte palliatie wordt doorgezet tot aan het overlijden, maar ziektegerichte palliatie wordt (vooral bij patiënten met kanker) vaak gestaakt.

Palliatieve zorg valt dus uiteen in vier fases: 

  • gecombineerde ziekte- en symptoomgerichte palliatie
  • uitsluitend symptoomgerichte palliatie
  • palliatie in de stervensfase
  • nazorg

Naar boven


Hoe pas je dit toe in je werk? 

Start vroeg: signaleer en markeer 

Zie je signalen bij de patiënt of naasten zelf, die wijzen op de palliatieve fase? Bespreek dit dan met de hoofdbehandelaar. Het formeel markeren van de palliatieve fase is diens verantwoordelijkheid. Na die markering ondernemen de hoofdbehandelaar en andere betrokken zorgprofessionals samen actie om de palliatieve zorg op te starten en het gesprek met de patiënt aan te gaan. 

Hoe je signaleert en markeert, lees je op de themapagina Signaleren en markeren. 

Stem het zorgdoel steeds opnieuw af 

Het ziekteproces verandert. Wensen van patiënten veranderen mee. Bespreek regelmatig of het zorgdoel nog klopt en maak afspraken over wat er gedaan wordt bij achteruitgang of crisissituaties. Leg dit vast in het proactief zorgplan. 

Momenten die vragen om (actualiseren van) proactieve zorgplanning zijn onder meer: 

  • bij progressie van ziekte of kwetsbaarheid
  • in een vroeg stadium van ziekten met cognitieve stoornissen, zoals dementie
  • bij meerdere ziekenhuisopnames in een relatief korte periode
  • als de voordelen van ziektegerichte behandeling niet meer opwegen tegen de nadelen
  • bij overgang van ziektegerichte naar symptoomgerichte behandeling
  • bij verwachte functionele of cognitieve achteruitgang door ziekte of kwetsbaarheid
  • bij opname in een verpleeghuis of hospice
  • bij ernstig fysiek, psychisch of spiritueel lijden
  • op aangeven van patiënt, naasten of zorgprofessionals

Werk samen 

Palliatieve zorg lever je niet alleen. Stem af met collega's, huisarts of specialist ouderengeneeskunde, en schakel zo nodig een in palliatieve zorg gespecialiseerde zorgprofessional in bij complexe situaties. 

Naar boven

 

  • Kwaliteitskader Palliatieve Zorg Nederland 2026 (geautoriseerde versie, verwacht per september 2026) — pallialine.nl 
  • Murray SA et al. Illness trajectories and palliative care. BMJ 2005;330:1007 
  • Geijteman ECT et al. Ziektetrajecten bij niet te genezen solide kanker. NTVG 2024;168:D8232. Bewerking van: Geijteman ECT et al. BMJ 2024;384:e076625 
  • IKNL. Uitgezaaide kanker 2025: Cijfers, inzichten en uitdagingen. iknl.nl/uitgezaaide-kanker-2025 
  • IKNL. Kerncijfers palliatieve zorg: Behoefte aan palliatieve zorg 
  • IKNL. Kerncijfers palliatieve zorg: Plaats van overlijden naar aandoening en zorgsetting
 
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 30 september 2026
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.