Indicatiestelling van intensieve palliatieve zorg thuis
Doel van dit informatiestuk
Dit informatiestuk is primair bedoeld om wijkverpleegkundigen te ondersteunen bij het indiceren van intensieve palliatieve zorg thuis. Het biedt een gedeelde taal en houvast: eerst een heldere uitleg van hoe het indicatieproces en de bijbehorende verwachtingen in elkaar steken, zodat afwegingen navolgbaar kunnen worden vastgelegd.
De partijen die dit informatiestuk onderschrijven delen het met hun achterban; daarnaast wordt het gepubliceerd via LinkedIn en Palliaweb. Het document is echter niet alleen bedoeld om te informeren, maar ook als startpunt voor verdere gesprekken (startend 6 mei 2026) tussen wijkverpleegkundigen, zorgorganisaties en zorgverzekeraars: zicht krijgen op waar het schuurt in de praktijk en verkennen wat nodig is om spanning om te zetten in werkbare, gezamenlijke afspraken.
Aanleiding en context
De indicatiestelling van intensieve palliatieve zorg thuis staat steeds vaker onder druk. Wijkverpleegkundigen zijn terughoudender geworden om intensieve zorg te indiceren.
En zorgverzekeraars ontvangen regelmatig indicaties die onvoldoende zijn onderbouwd. Voor patiënten kan dit leiden tot spanning en onzekerheid over de beschikbaarheid en continuïteit van passende zorg in de laatste levensfase.
Dit informatiestuk bouwt voort op de knelpuntenanalyse van het Praktijkteam Palliatieve Zorg,, waarin signalen uit de praktijk systematisch zijn verzameld en geduid. Daarnaast zijn de artikelen van oncologieverpleegkundige Ben Berkvens en het aantal recente meldingen over dit onderwerp voor het Praktijkteam aanleiding geweest om deze thematiek verder te duiden. Zowel meerdere zorgverleners als zorgverzekeraars herkennen het spanningsveld tussen professionele afweging, beschikbaarheid van zorg en verantwoording, en hebben behoefte aan handvatten. V&VN, Zorgverzekeraars Nederland en brancheorganisaties lezen mee en onderschrijven dit informatiestuk voor wijkverpleegkundigen, met als doel verbinding en handvatten te bieden.
Het Praktijkteam Palliatieve Zorg voert gesprekken met betrokken partijen om gezamenlijk tot oplossingen te komen die praktijk en beleid verbinden. Het inzichtelijk maken van de uitdagingen en mogelijkheden binnen het bestaande indicatieproces is daarin een eerste stap.
Waar schuurt het in het gesprek over indicatiestelling?
De knelpuntenanalyse en de reacties uit de praktijk laten zien dat het gesprek over indicatiestelling onder druk staat. Wijkverpleegkundigen ervaren dat hun professionele afweging onvoldoende wordt herkend wanneer indicaties worden teruggebracht tot aantallen uren of concrete handelingen. Tegelijkertijd geven zorgverzekeraars aan dat zij soms onderbouwing van de geïndiceerde uren missen, waardoor zij niet kunnen beoordelen of zorg passend, rechtmatig en doelmatig is. Het indicatieproces verschilt daarnaast ook per zorgaanbieder. Niet-gecontracteerde zorgaanbieders ervaren soms extra belemmeringen terwijl zij in de praktijk ook een aanvullende rol vervullen wanneer gecontracteerde partijen de zorg niet kunnen bieden.
Deze spanning is begrijpelijk. Palliatieve zorg kenmerkt zich door complexiteit, dynamiek en onzekerheid. De noodzaak van intensieve zorg zit vaak niet in één specifieke interventie, maar in het continu kunnen beoordelen, anticiperen en bijsturen van zorg op meerdere dimensies tegelijk. Juist dat maakt deze zorg lastig te vangen in vaste criteria of standaardbeelden, terwijl toetsbaarheid en verantwoording tegelijkertijd nodig zijn. Voor patiënten telt uiteindelijk één ding: vertrouwen dat de juiste professionals om hen heen staan wanneer dat nodig is, zonder dat de laatste fase wordt bepaald door systeemgrenzen.
Hoe dan wel: van discussie naar navolgbare afweging
Zorgverleners, verzekeraars, beroepsorganisaties en Patiëntenfederatie Nederland zijn het erover eens: de oplossing ligt niet in meer regels of strengere toetsing, maar in vakbekwaamheid in palliatief indiceren én wederzijds vertrouwen.
Dat vraagt om een gezamenlijke manier van kijken naar de complexiteit van de situatie van de patiënt. Goede indicatiestelling in de palliatieve fase vraagt dat zichtbaar wordt gemaakt wat er speelt, waarom professionele inzet nodig is, welke risico’s worden gezien wanneer die inzet ontbreekt en waar de grenzen liggen van zorg thuis bij het ontbreken van netwerk of andere randvoorwaarden om thuis palliatieve terminale zorg te kunnen ontvangen.
Het Zorginstituut Nederland heeft in juli 2025 verduidelijkt dat meerdere partijen samen bepalen of en waar palliatief terminale zorg geleverd wordt. Zorgverzekeraars mogen op basis van doelmatigheid bepalen waar zorg plaatsvindt, maar moeten dan voldoende alternatieve plekken, zoals hospicebedden, inkopen.
Bestaande kaders: het Normenkader V&VN
Het Normenkader Indicatieproces van V&VN is hét kader dat richting geeft aan het professioneel indiceren van wijkverpleging. Dit normenkader beschrijft wat van wijkverpleegkundigen wordt verwacht bij het indiceren: zorgvuldig werken volgens het verpleegkundig proces, alle dimensies meenemen, en de afweging navolgbaar vastleggen.
In de palliatieve fase geef je het verpleegkundig proces vorm via palliatief redeneren: een methodiek die helpt om complexiteit op alle vier dimensies (fysiek, psychisch, sociaal en existentieel) systematisch in kaart te brengen en af te wegen.
De Toolbox Indicatieproces Wijkverpleging biedt nuttige instrumenten om, ook voor palliatieve zorg, de situatie van de patiënt navolgbaar in kaart te brengen.
Tot slot: een gezamenlijke oproep
Intensieve palliatieve zorg is passend wanneer de situatie complex en instabiel is en professionele monitoring en tijdige interventie vraagt, wanneer naasten uitgeput raken of de situatie niet kunnen overzien, of wanneer juist de professionele nabijheid noodzakelijk is om escalatie en crisissituaties te voorkomen. Voor patiënten draait het om één centrale vraag: krijg ik de zorg die nodig is om de laatste fase van mijn leven zo goed mogelijk te leven? Het Zorginstituut en Zorgverzekeraars Nederland zijn helder: mensen moeten op palliatief terminale zorg kunnen rekenen die past bij hun situatie. Omzetplafonds en doelmatigheidsafspraken zijn daarbij geen belemmering.
Wijkverpleegkundigen bepalen wat thuis verantwoord is. Die rol is wettelijk verankerd en vraagt dan ook om professionele zeggenschap: indiceren wat nodig is en dit navolgbaar onderbouwen. Maak inzichtelijk wat er speelt op alle vier dimensies. Dat vraagt ook een professionele blik op de gezamenlijke draagkracht van naasten, vrijwilligers en professionals. Wanneer de thuissituatie in combinatie met de geïndiceerde zorg onvoldoende draagkracht heeft, hoort het adviseren van opname ook bij goed professioneel handelen.
Van zorgorganisaties vraagt dit dat zij hun indicerende verpleegkundigen faciliteren en vertrouwen: investeer in vakbekwaamheid, casuïstiekopbouw en scholing. Wees transparant richting zorgverzekeraars en laat professionals doen waar zij voor zijn opgeleid.
Van zorgverzekeraars vraagt dit vertrouwen: in de professional die patiënt en context kent. Beoordeel nieuwe indicaties kritisch op onderbouwing. Maar wanneer zorg eenmaal loopt en de situatie gestabiliseerd is, vraagt dat om ruimte: de stabiliteit is vaak juist bereikt door de professionele inzet. Begrijp dat palliatieve zorg verder gaat dan handelingen per uur.
Voor patiënten telt vooral één ding: een systeem dat werkt. Ruimte, vertrouwen en samenwerking tussen zorgverlener en verzekeraar zijn daarvoor voorwaarden.
Wanneer ondanks goede onderbouwing toch problemen ontstaan, is het belangrijk deze signalen te delen met het Praktijkteam Palliatieve Zorg. Ook zorgverzekeraars kunnen melden. Meld je een concreet knelpunt voor 6 mei, dan nemen we die mee in deze eerste gesprekstafel.
Het Praktijkteam is bereikbaar via praktijkteam@pznl.nl en via Meldpunt Juiste Loket: 030-7897878 of meldpunt@juisteloket.nl