Voortvarende implementatie proactieve zorgplanning in Radboudumc
In gesprek met internist-oncologen Anouk Putker en Evelien Kuip
“Proactieve zorgplanning heeft de wind in de rug”, stelt Anouk Putker, internist-oncoloog in opleiding van het Radboudumc in Nijmegen. Samen met onder andere internist-oncologen Evelien Kuip en Simône Langenberg draagt zij zorg voor de implementatie van deze methodiek op een groot aantal afdelingen van dit academische ziekenhuis. “Dankzij die goede wind kunnen we in relatief korte tijd grote stappen zetten.” Bijzonder aan de Nijmeegse praktijk is dat vooral verpleegkundigen ‘in the lead’ zijn. “Maar uiteindelijk draait het natuurlijk om teamwork. Zonder betrokkenheid van artsen lukt het niet.”
![]() |
|
| Evelien, Anouk en Simone |
Per saldo is vast te stellen dat de covid-tijd een soort springplank is geweest voor de introductie van proactieve zorgplanning (PZP) in de ziekenhuiswereld, zegt Putker, die volgend jaar op de waarde van PZP promoveert. “Maar dat is – kijkend naar het nu – zeker niet de enige aanleiding waardoor we de wind in de rug hebben. Evengoed spelen ontwikkelingen rondom ‘samen beslissen’ en de focus op ‘passende zorg’ een stimulerende rol. Ook de akkoorden IZA (Integraal Zorgakkoord, -red.) en AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, - red.) hebben een gunstig effect. En last but not least: het scheelt ook dat onze Raad van Bestuur voor dit kalenderjaar PZP tot speerpunt heeft benoemd. Daardoor staan veel seinen op groen.”
Masterclass
In korte tijd hebben Putker, Kuip en Langenberg ruim tien afdelingen bekend gemaakt met proactieve zorgplanning. Het ‘PZP-team’ geeft allereerst een masterclass over PZP aan de zorgprofessionals van de afdeling. Daarna blijft het team voortdurend aanspreekbaar voor de afdeling, zodat de afdeling de methodiek op maat in het reguliere zorgproces kan integreren. “Dat is echt een belangrijke succesfactor”, zegt Kuip. “We laten zorgprofessionals niet bungelen. Zo van: ‘Dit is PZP, integreer het maar’. Nee, we blijven beschikbaar, zodat we hen kunnen helpen alle rimpelingen glad te strijken.”
Het implementeren van PZP gaat niet over één nacht ijs. Eerst gingen ze er zelf mee aan de slag, op hun eigen afdeling oncologie, met de patiënten die daar opgenomen waren. Toen dat eenmaal liep, verbreedden ze de doelgroep naar patiënten die ze op de poli spraken. “Daardoor hebben we een goed beeld van de uitdagingen die de dagelijkse praktijk kan oproepen”, zegt Kuip. “Zowel klinisch als poliklinisch.”
Hoofdbehandelaar
Leerpunt uit hun eigen praktijk was onder meer dat PZP-gesprekken in feite dicht bij de gangbare gesprekken liggen die verpleegkundigen met hun patiënten voeren. En ook dat artsen niet makkelijk tijd kunnen uittrekken voor extra gesprekken, die doorgaans langer duren dan het gemiddelde poli-gesprek. Daardoor ontstond als vanzelf, op hoofdlijnen, een verdeling in taken: verpleegkundigen voeren de PZP-gesprekken, maar als het over behandelwensen en -grenzen gaat, komt de hoofdbehandelaar erbij, omdat de arts hoofdverantwoordelijk is voor het vastleggen van de grenzen. Verpleegkundigen zijn daarnaast verantwoordelijk voor de verslaglegging in het elektronisch patiëntendossier. En: zij doen aan artsen een voorstel voor correspondentie vanuit het ziekenhuis richting de huisarts. “Daardoor is de tijd die een arts in PZP moet investeren vrij beperkt”, stelt Kuip vast.
Voorlichtingsfilm
De succesvolle aanpak in het Radboudumc begon bij de vraag wat artsen, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen er tot dusverre van weerhoudt om proactieve zorgplanningsgesprekken te voeren. Putker: “Eén van de grootste drempels bleek ‘het gesprek’ te zijn met patiënten over de vraag wat PZP nou eigenlijk is. En wat de waarde daarvan is.” Om die drempel weg te nemen, werd een geniale zet gedaan: het PZP-team liet een korte film van 2,5 minuut maken, waarin PZP glashelder wordt uitgelegd. Deze voorlichtingsfilm kunnen zorgverleners samen met de patiënt bekijken. Ook kunnen ze een linkje toesturen, zodat patiënten zich kunnen voorbereiden op een eerste PZP-gesprek. “Zo kan er geen misverstand ontstaan”, zegt Putker. “Het filmpje zorgt ervoor dat alle neuzen dezelfde kant op staan. Bovendien vervalt hiermee de last die zorgprofessionals ervaren om het zelf uit te leggen.”
‘Believers’ en ‘non-believers’
Een andere succesfactor was dat men telkens met een klein team begon: eerst de zorgprofessionals die op voorhand enthousiast raakten van PZP. “Je hebt bij vernieuwingen altijd ‘believers’ en ‘non-believers’”, beschouwt Kuip, “met daartussen een grote middengroep, die wel openstaat voor een verandering maar niet tot de ‘early adaptors’ behoort. Wij hebben ervoor gekozen vooral tijd en energie te stoppen in de ‘believers’. Zij betrekken vervolgens door hun enthousiasme de grote middengroep erbij, waardoor uiteindelijk ook de groep ‘non-believers’ meegaat.”
Natuurlijk was er weerstand, zoals altijd wanneer er sprake is van de implementatie van proactieve zorgplanning. Die weerstand varieerde in Nijmegen van ‘we doen dit toch altijd al’ tot ‘we hebben hier helemaal geen tijd voor’. “Als je daar nader op ingaat, blijkt het argument ‘we doen dit toch altijd al’ vooral te slaan op de gevoerde gesprekken”, zegt Putker. “Maar het vástleggen van die gesprekken, dat uiteraard een essentieel en onmisbaar onderdeel van PZP is, blijkt men dan vaak niet te doen. Als je dat uitlegt, verdwijnt die weerstand als sneeuw voor de zon.”
Tijdwinst
Het argument dat aan ‘gebrek aan tijd’ refereert is minder eenvoudig te tackelen, geeft Kuip aan. “Want natuurlijk hebben ze daar, als je naar de korte termijn kijkt, gelijk in: PZP-gesprekken kosten doorgaans veel meer tijd dan het gemiddelde poli-gesprek. Meestal merk je pas maanden, en soms pas jaren later, hoeveel tijdwinst die PZP-gesprekken opleveren. Bijvoorbeeld omdat de patiënt beter geïnformeerd is en zich daardoor rustiger voelt. Dat kan vele telefoontjes schelen. Of omdat je op eenvoudigere wijze een overdracht naar de huisarts kunt doen, omdat je in de voorbije tijd een duidelijk PZP-dossier hebt opgebouwd. Maar vergeet niet: we introduceren PZP niet omdat het tijdwinst oplevert. Het zorgt óók voor een betere kwaliteit van zorg én een betere kwaliteit van leven van patiënten en naasten. Dát is ons gezamenlijke belang.”
Putker en Kuip willen de weerstand niet groter maken dan hij is. “De overgrote meerderheid ziet direct in dat PZP van grote waarde is, voor zowel patiënten als zorgverleners”, zegt Kuip. “Talrijk waren de voorbeelden van zorgverleners die ons vertelden hoe vaak het voorkwam dat ze eigenlijk niet eens wisten welke wensen een patiënt had. Aan die onzekerheid komt met de implementatie van proactieve zorgplanning een einde.”
