Wat gaat er veranderen in het geactualiseerde Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland en waarom?
Wijzigingen zijn onder voorbehoud van autorisatie. De autorisatiefase loopt van medio mei tot begin juli 2026.
Het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland is in 2026 op een aantal punten geactualiseerd, waarbij diverse onderwerpen zijn aangescherpt op basis van de uitkomsten van een knelpuntenanalyse.
De actualisatie van het kwaliteitskader in 2026 versterkt de toepasbaarheid en herkenbaarheid van het kader, zonder de kern te veranderen. Daarmee ondersteunt het kwaliteitskader professionals en organisaties nog beter bij goede palliatieve zorg.
Hieronder lichten we de belangrijkste veranderingen toe, met aandacht voor het waarom en de toegevoegde waarde.
1. Een helderdere en logischere opbouw van het kwaliteitskader
Het kwaliteitskader bestond oorspronkelijk uit tien domeinen. De indeling van het kwaliteitskader is aangepast en bestaat nu uit vijf hoofdstukken:
- Kernwaarden en principes
- Vier dimensies
- Zorgproces palliatieve zorg
- Competenties
- Organisatie en kwaliteit
In het hoofdstuk Zorgproces palliatieve zorg zijn de belangrijkste onderdelen van het palliatieve zorgproces overzichtelijk samengebracht, zoals signaleren en markeren, samen beslissen, proactieve zorgplanning en het proactief zorgplan, coördinatie en continuïteit, interdisciplinaire samenwerking, aandacht voor mantelzorg, en zorg in de stervensfase en bij verlies en rouw.
Waarom deze verandering?
In de geactualiseerde opzet staat het hoofdstuk over de vier dimensies voor het zorgproces. Hiermee wordt zichtbaar dat aandacht voor alle vier dimensies tijdens het gehele zorgproces en in alle fasen relevant zijn. Daarnaast maakt de nieuwe indeling duidelijk dat palliatieve zorg altijd integraal is en niet bestaat uit losse onderdelen.
Wat is de waarde?
De nieuwe indeling maakt het kwaliteitskader toegankelijker, gebruiksvriendelijker en intuïtiever in het gebruik.
2. Sociaal domein
De rol en verantwoordelijkheid van professionals uit het sociaal domein is bij deze actualisatie geëxpliciteerd en komt vooral aan bod in de hoofdstukken coördinatie en continuïteit, interdisciplinaire zorg en mantelzorg. Het kwaliteitskader palliatieve zorg is daarmee bedoeld voor alle zorgprofessionals, professionals in het sociaal domein, vrijwilligers en organisaties die betrokken zijn bij de zorg en ondersteuning voor patiënten in de palliatieve fase.
Waarom deze verandering?
De focus van het Kwaliteitskader ligt op het verlenen van palliatieve zorg, waarbij bij ondersteuning vanuit het sociaal domein onontbeerlijk is. De rol van het sociaal domein wordt ook steeds groter. In deze actualisatie is een eerste stap gezet om de rol en samenwerking met het sociaal domein binnen palliatieve zorg is expliciteren.
Wat is de waarde?
Door het sociaal domein expliciet te benoemen en ondersteuning duidelijker te positioneren, sluit het kwaliteitskader beter aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de dagelijkse praktijk van palliatieve zorg. De wijziging benadrukt het integrale karakter van palliatieve zorg, waarin zorg en ondersteuning samenkomen.
3. Zorgprofessionals
Door het benoemen van professionals in het sociaal domein, is gekozen voor de term zorgprofessional in plaats van zorgverlener. Iedere zorgprofessional moet palliatieve zorg kunnen verlenen en aantoonbare basiskennis en vaardigheden dient te hebben in palliatieve zorg. Zorgprofessionals worden waar nodig ondersteund door in palliatieve zorg gespecialiseerde professionals. In de vorige versie van het kader werd gesproken over generalist, specialist palliatieve zorg en expert. De term generalist is vervallen en vervangen door ‘alle zorgprofessionals’ en de term expert is helemaal vervallen. In de delen van het kader die zowel van toepassing zijn op zorgprofessionals als professionals uit het sociaal domein, wordt de term professionals gebruikt.
Waarom deze verandering?
De term generalist leidde in de praktijk tot verwarring. Verduidelijkt is dat het kwaliteitskader zich richt op alle zorgprofessionals. Dit sluit beter aan bij de praktijk. De expert palliatieve zorg is vervallen omdat een zorgprofessional niet kan worden opgeleid tot ‘expert’ in de zin van een afgebakend eindniveau.
Wat is de waarde?
Het kwaliteitskader sluit op deze manier beter aan bij bestaande opleidingsprofielen en de beroepspraktijk.
4. Aanpassingen markeren van de palliatieve fase
- In het kwaliteitskader van 2017 was om pragmatische redenen opgenomen dat de palliatieve fase afgebakend was tot de laatste fase van het leven, waarbij de patiënt naar verwachting van de zorgverlener in de komende twaalf maanden komt te overlijden. Dit is nu aangepast: De palliatieve fase start bij de diagnose van levensbedreigende aandoening of toenemende kwetsbaarheid. De focus van zorg verschuift naar kwaliteit van leven en sterven. Afhankelijk van het verloop van het ziekteproces kan de palliatieve fase een korte, maar ook een jarenlange periode betreffen.
- Signaleren is toegevoegd aan het kwaliteitskader. Er is aandacht voor het signaleren van palliatieve zorgbehoeften door bij de patiënt betrokken zorgprofessionals en vragen of geuite behoeften van de patiënt zelf of diens naasten.
- Daarnaast is explicieter beschreven dat het moment waarop de palliatieve fase start niet altijd eenduidig te bepalen is. Hulpmiddelen zoals de surprise question, signalen vanuit patiënten, naasten en de vier dimensies van palliatieve zorg kunnen in die situaties helpen bij tijdige markering.
Waarom deze verandering?
In de praktijk bleek dat palliatieve zorg vaak pas laat werd herkend en ingezet. Door signaleren en markeren vanaf diagnose van een levensbedreigende aandoening of bij toenemende kwetsbaarheid expliciet te benoemen, wordt het belang van vroegtijdige herkenning onderstreept.
Wat is de waarde?
Vroegtijdige herkenning van de palliatieve fase ondersteunt tijdige gesprekken over wensen waarden en behoeften, betere besluitvorming, meer ruimte voor kwaliteit van leven gedurende het hele ziekteproces en minder niet passende zorg.
5.Toevoegingen persoonlijke balans
Bij de hoofdstukken Verlies en rouw, Deskundigheid en Kwaliteit en wetenschappelijk onderzoek is meer expliciete aandacht opgenomen voor de persoonlijke balans van zorgprofessionals. Daarbij is vastgelegd dat er structureel aandacht en ondersteuning moet zijn voor gevoelens van verlies en rouw bij zowel zorgprofessionals als vrijwilligers. Deze ondersteuning staat in relatie tot zelfzorg en het omgaan met (herhaaldelijk) verlies en rouw, en benadrukt het belang van professionele begeleiding, deskundigheidsbevordering, supervisie en intervisie.
Waarom deze verandering?
In het kwaliteitskader van 2017 werd persoonlijke balans wel genoemd bij de principes van palliatieve zorg, maar dit thema was verder niet uitgewerkt omdat er weinig wetenschappelijke kennis beschikbaar was. Er is nu meer aandacht voor hoe organisaties en teams zorg kunnen dragen voor de persoonlijke impact van palliatieve zorg op zorgprofessionals en vrijwilligers.Wat is de waarde?
De persoonlijke impact van palliatieve zorg wordt hiermee niet langer gezien als een individueel vraagstuk, maar als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van professionals, teams en organisaties. Aandacht voor persoonlijke balans en passende ondersteuning is essentieel voor het duurzaam kunnen verlenen van goede palliatieve zorg en draagt bij aan het welzijn, de veerkracht en inzetbaarheid van zorgprofessionals en vrijwilligers.
6.Aanpassingen ethisch handelen
Het hoofdstuk Ethisch handelen is op een aantal punten verduidelijkt en aangevuld. Zo zijn expliciet zorgethische waarden opgenomen, die zorgprofessionals helpen om morele dilemma’s te herkennen, te verkennen en zorgvuldig af te wegen wat in een specifieke situatie het juiste handelen is. Daarnaast is vastgelegd dat bij moreel beraad de uitkomsten – indien relevant – worden vastgelegd in het (medisch) dossier, zodat deze kunnen worden betrokken bij verdere zorg en besluitvorming. Tot slot is toegevoegd dat er ondersteuning beschikbaar is voor de morele veerkracht en het welzijn van zorgprofessionals.
Waarom deze verandering?
In de praktijk bleek een belangrijk aspect van ethiek en ethiekondersteuning in (palliatieve) zorg onderbelicht: morele stress die kan ontstaan bij morele dilemma’s. Deze morele belasting kan zwaar wegen voor zorgprofessionals. Het is daarom belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor het zorgvuldig afwegen van morele vraagstukken, maar ook voor de ondersteuning van zorgprofessionals in hun morele veerkracht en welzijn – als vorm van zorg voor de zorgprofessionals.
Wat is de waarde?
Moreel veerkrachtige zorgprofessionals zijn belangrijk voor het bieden van goede palliatieve zorg. Door aandacht te besteden aan zorgethische waarden, vastlegging van moreel beraad en ondersteuning van morele veerkracht, draagt het kwaliteitskader bij aan een reflectieve werkomgeving. Dit komt niet alleen het welzijn van zorgprofessionals ten goede, maar ook de kwaliteit en continuïteit van palliatieve zorg voor patiënten en naasten.
7. Aangepaste terminologie
Op meerdere plekken is de terminologie aangescherpt:
- 'Zingeving' is toegevoegd aan het hoofdstuk voor de spirituele dimensie. Dit wordt door patiënten, naasten en professionals vaak als toegankelijker en breder ervaren dan ‘spiritueel’.
- ‘Samen beslissen’ in plaats van ‘gezamenlijke besluitvorming’, omdat dit beter aansluit bij actuele terminologie in diverse sectoren en het gelijkwaardige partnerschap tussen patiënt, naasten en professionals benadrukt.
- ‘Proactief zorgplan’ in plaats van ‘individueel zorgplan’, om de samenhang met proactieve zorgplanning te onderstrepen en aan te sluiten bij terminologie in diversie sectoren.
Waarom deze veranderingen?
De gekozen termen sluiten beter aan bij het gebruik van termen in de dagelijkse praktijk.
Wat is de waarde?
De terminologie is duidelijker en beter herkenbaar voor verschillende beroepsgroepen.
8. Tot slot
• Het kwaliteitskader is geheel digitaal en heeft ook een nieuwe vormgeving. In het nieuwe kwaliteitskader zijn er per onderdeel links naar richtlijnen, meetinstrumenten, patiënteninformatie (overpalliatievezorg.nl en Thuisarts) en kinderpalliatieve zorg opgenomen.
• De termen hoofdbehandelaar en centrale zorgverlener zijn gehandhaafd, in afwachting van nadere landelijke duiding over het begrip regiebehandelaarschap. In het begrippenkader zijn de definities van hoofdbehandelaar en behandelaar verbreed, met expliciete aandacht voor de rol van de physician assistant en verpleegkundig specialist. Tevens is toegevoegd dat de rol van centrale zorgverlener vervuld kan worden door een verzorgende zodat de gangbare praktijk in verpleeghuizen wordt ondersteund.
Waarom deze keuze?
Er zijn op moment van schrijven nog landelijke discussies gaande over nadere duiding van regiebehandelaarschap. Zodra er duidelijkheid over is, wordt het kwaliteitskader daar vanzelfsprekend op aangepast.