Promotie verpleegkundige Fran Peerboom over proactieve zorgplanning: Oudere patiënten gaan graag in gesprek over de toekomst, maar niet te formeel a.u.b.
Publicatie

Promotie verpleegkundige Fran Peerboom over proactieve zorgplanning: Oudere patiënten gaan graag in gesprek over de toekomst, maar niet te formeel a.u.b.

  • Datum publicatie 9 juli 2026
  • Auteur Rob Bruntink
  • Soort publicatie interview
  • Doelgroep Ouderen
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 9 juli 2026

Dat verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten een belangrijke rol spelen in proactieve zorgplanning was al bekend. Minder duidelijk was hoe zij gesprekken hierover voeren en welke elementen daarbij belangrijk zijn. Verpleegkundige en verplegingswetenschapper Fran Peerboom deed hier onderzoek naar. Ze promoveerde recent aan de Universiteit Maastricht.

Het proefschrift van Peerboom heeft een lange titel: LISTEN Beyond Words - Unraveling the Fundamentals of Nursing End-of-Life Communication as part of Advance Care Planning for Older People. Op basis van zeer uiteenlopend onderzoek – van literatuurstudie tot focusgroepen, van interviews met ouderen en zorgprofessionals tot een Delphi-studie – stelde Peerboom een theoretisch raamwerk op voor goede communicatie over de thema’s die bij proactieve zorgplanning relevant zijn. Het raamwerk kan verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten helpen zich bewust te worden van hun rol bij proactieve zorgplanning. En er ook voor zorgen dat de kwaliteit van hun communicatie wordt vergroot; het raamwerk is zeer geschikt voor opleidingsdoeleinden. Daarmee zijn inmiddels ook al de eerste ervaringen opgedaan.

Bouwstenen

‘Het raamwerk bestaat uit negentien bouwstenen, verdeeld over vijf thema’s’, legt Peerboom uit. ‘De thema’s zijn bijvoorbeeld ‘Comfortabel voelen’, ‘Ruimte maken voor open communicatie’ en ‘Bewustzijn over interdisciplinaire samenwerking’. Onder ieder thema vallen drie of vier bouwstenen. Bij ‘Comfortabel voelen’ gaat het bijvoorbeeld om de mate waarin de zorgprofessional zich vertrouwd voelt om over het levenseinde te praten en de mate waarin deze in staat is een open en authentiek gesprek te voeren. ‘Bewustzijn over interdisciplinaire samenwerking’ gaat onder meer over het vermogen om samen te werken met zorgprofessionals en mantelzorgers.’ 

Spanningsveld

Nee, als Peerboom er rechtstreeks naar gevraagd wordt, kwamen er volgens haar geen verrassende bouwstenen naar boven. Dat komt enerzijds door haar eigen ervaringen met proactieve zorgplanningsgesprekken, anderzijds doordat er in het verleden al méér onderzoek naar zulke gesprekken is gevoerd, en zij aan de start van haar promotietraject veel literatuur had doorgenomen. 

Peerboom: ‘Dat er geen verrassende bouwstenen tussen zitten, wil echter niet zeggen dat alles eenvoudig toe te passen is in de praktijk. Eén van de meest fascinerende bouwstenen beschrijft bijvoorbeeld het spanningsveld tussen enerzijds de geplande inhoud en structuur van het gesprek, anderzijds het vermogen om organisch mee te bewegen in het gesprek en daardoor een bepaalde flexibiliteit te laten zien. In het onderzoek merkte ik dat dit spanningsveld sterk beïnvloed wordt door de hoeveelheid ervaring die een verpleegkundig zorgprofessional met de pzp-gesprekken heeft.’

Informele sfeer

‘Wie onervaren is, is geneigd zich tot in de puntjes voor te bereiden op de te voeren pzp-gesprekken. Deze professional bedenkt vooraf welke gesprekonderwerpen aan de orde moeten komen, stelt alvast wat voorbeeldvragen op en leest zich uitvoerig in op de achtergrond van de patiënt en zijn naasten. De ervaren rot in dit deel van het verpleegkundige vak start heel anders. Die zegt: “Ik heb helemaal niets aan die gedetailleerde voorbereiding, want die remt mij in het kunnen meebewegen met de gespreksonderwerpen die organisch – vanuit de oudere en zijn naaste – ter tafel komen.”’

‘De kunst is om hier een balans in te vinden. Je moet je natuurlijk wel iets voorbereiden, maar dit moet jou niet in de weg staan om een zo natuurlijk mogelijk gesprek te voeren. Want: dat willen ouderen over het algemeen het liefst. Dat het gesprek niet zozeer als een formeel en gestructureerd gesprek aanvoelt. Ouderen zijn geneigd minder open te zijn, of zelfs dicht te slaan, als ze het gevoel krijgen dat ze alleen maar moeten helpen het vragenlijstje van de professional in te vullen. Daar krijgen ze namelijk niet het gevoel van dat er naar hen wordt geluisterd. Dan voelen zij zich niet gezien. Hoe informeler de sfeer aanvoelt, hoe prettiger het vaak voor hen is.’

‘Spelen’ met stilte en rust

Een andere fascinerende bouwsteen verwijst naar het gebruik van stiltes. Wie wel eens bewust een stilte heeft laten vallen in een gesprek, kent de verschillende waardes ervan: aan de ene kant kan het ongemakkelijk voelen, aan de andere kant is het een onbewuste uitnodiging aan de ander om vooral door te praten. 

‘Per persoon kan het effect van die stilte verschillend zijn’, zegt Peerboom. ‘Dat zul je telkens opnieuw moeten inschatten. Verpleegkundige zorgprofessionals zijn over het algemeen geneigd in de ‘doe-stand’ te staan. Daar past ‘veel praten’ bij. Bovendien is er altijd genoeg te doen, dus de tijdsdruk speelt altijd een rol. Voor hen is het dus vaak een hele uitdaging om even rustig te gaan zitten en te luisteren naar een patiënt. Toch kan dat grote waarde hebben.’

‘Een geestelijk verzorger in mijn onderzoek zei het zo: “Door zelf je eigen ruimte te verkleinen, vergroot je de ruimte bij de ander.” Dat kan onder meer door die stiltes te laten vallen. Of rustig naast het bed van iemand te gaan zitten. Echter: dit geldt niet voor iedereen! Dat is belangrijk om te beseffen. Het blijft dus zoeken naar wat de best passende vorm is. Maar het is waardevol om je er bewust van te zijn dat je met stilte die rust kunt creëren.’

Geen taak voor één beroepsgroep

Peerboom onderzocht welke bouwstenen belangrijk zijn in gesprekken over proactieve zorgplanning die worden gevoerd door verpleegkundige zorgprofessionals. Of en in welke mate deze professionals binnen organisaties betrokken worden bij proactieve zorgplanning was geen onderdeel van haar onderzoek. 

‘Daar kan ik op basis van mijn onderzoek dus geen algemene uitspraken over doen’, zegt Peerboom. ‘Mijn indruk is dat dit verschilt per organisatie, afdeling of vakgroep. Wel zie ik steeds meer erkenning voor de bijdrage die verschillende disciplines kunnen leveren aan proactieve zorgplanning. Als ik naar het ziekenhuis kijk waarin ik werk – Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen – kom ik verschillende benaderingen tegen. In sommige vakgroepen vervullen verpleegkundige zorgprofessionals een grote rol in proactieve zorgplanning en leveren zij daarin zichtbaar een bijdrage.’ 

‘In andere vakgroepen is de rolverdeling anders en worden bepaalde taken vooral door artsen uitgevoerd. Ik verwacht dat deze verschillen in de toekomst steeds kleiner zullen worden; het idee dat diverse disciplines hun eigen waarde hebben bij proactieve zorgplanning zal toenemen. En dat lijkt me logisch, want dat is ook zo. Proactieve zorgplanning is geen taak of verantwoordelijkheid voor één beroepsgroep.’

Dat verpleegkundige zorgprofessionals nog lang niet overal ‘vanzelfsprekend’ een rol hebben bij proactieve zorgplanning, is overigens niet vreemd, geeft Peerboom aan. ‘Het voeren van proactieve zorgplanningsgesprekken krijgt nog weinig aandacht in de opleidingen. Dat moet nog groeien. Als dat wel gebeurt, zullen ook de verpleegkundig zorgprofessionals zelf het veel logischer vinden dan nu om die rol te pakken.’

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 9 juli 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.