Huisarts en NHG-beleidsadviseur Annemarie van Deursen: 'Er is zicht op de noodzakelijke betaaltitel proactieve zorgplanning voor huisartsen'
Publicatie

Huisarts en NHG-beleidsadviseur Annemarie van Deursen: 'Er is zicht op de noodzakelijke betaaltitel proactieve zorgplanning voor huisartsen'

  • Datum publicatie 24 februari 2026
  • Auteur Rob Bruntink
Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 24 februari 2026

Het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) publiceerde onlangs de handreiking ‘Huisartsenzorg voor patiënten in de palliatieve fase’, samen met de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en PalHAG (Huisartsen Adviesgroep Palliatieve Zorg). Huisarts en NHG-beleidsadviseur Annemarie van Deursen was nauw betrokken bij de ontwikkeling daarvan. 'Palliatieve zorgverlening is een belangrijk en steeds grote wordend onderdeel van de huisartszorg. Huisartsen zien alsmaar méér palliatieve patiënten, onder andere door demografische ontwikkelingen én overheidsbeleid dat op ‘zo lang mogelijk thuis wonen’ is gericht.' 

‘De urgentie is er’ 

Met het verschijnen van de handreiking ‘Huisartsenzorg voor patiënten in de palliatieve fase’ hebben zo’n 14.000 huisartsen een richting van de wijze waarop palliatieve zorg door hen kan worden uitgevoerd en georganiseerd. En weet ‘de buitenwereld’ welke knelpunten er nog zijn om dat werk volledig en optimaal mogelijk te maken. 

 

'De urgentie is er', zegt Van Deursen. 'Enerzijds is er de vergrijzing, met de toename van kwetsbare ouderen die thuis blijven wonen. Anderzijds is er krapte op de arbeidsmarkt in de zorg. Daarom is het nodig om juist nu naar de knelpunten te kijken. Dan doel ik op het belang van goede samenwerking en de beschikbaarheid van voldoende kennis en expertise, maar ook op passende financiering.' 

Basiszorg en verdiepende zorg 

Voordat we die knelpunten langsgaan, eerst even aandacht voor de inhoud van de handreiking zelf. Deze gaat uitvoerig in op de organisatie van palliatieve zorgverlening, de benodigde randvoorwaarden en de inhoud van de huisartsenzorg. De handreiking omschrijft de inhoud van die zorg vrij gedetailleerd, per te onderscheiden fase van het palliatieve traject: een ziektegerichte fase, een symptoomgerichte fase, de stervensfase en de nazorg. In de fases maakt de handreiking soms ook verschil tussen basiszorg die van elke huisarts mag worden verwacht en verdiepende zorg: wat een huisarts extra kan doen. ‘Deze basiszorg omvat een signalerende en begeleidende/behandelende rol op gebied van lichamelijk, psychisch, sociaal en zingevingsdomein’, stelt de handreiking. ‘Ook ondersteuning van verzorgenden, inclusief aandacht voor zelfzorg, valt onder basiszorg. (…) Hoewel huisartsen er daarnaast naar streven om ook verdiepende zorg te bieden, zijn bepaalde handelingen, vaardigheden of interventies binnen de huisartsenzorg alleen mogelijk indien alle randvoorwaarden op orde zijn én de huisarts zich bekwaam voelt om deze handelingen uit te voeren. In deze handreiking noemen we dit verdiepende zorg. Het is aan de individuele huisarts en de context om te bepalen of deze de verdiepende zorg zelf verleent of dat deze waar nodig kiest voor een consultatie/verwijzing.’ 

Het belangrijkste discussieonderwerp 

Wat onder basiszorg of verdiepende zorg valt was binnen de werkgroep die de handreiking samenstelde het belangrijkste discussieonderwerp, geeft Van Deursen aan. 'In onze werkgroep zaten veel huisartsen die bij uitstek veel affiniteit hebben met het onderwerp palliatieve zorg. En wij hopen, logischerwijs, dat de omstandigheden en de aanwezige kennis dusdanig zijn dat huisartsen ook verdiepende zorg kunnen verlenen aan palliatieve patiënten. Maar daarover moeten we realistisch zijn. Natuurlijk krijgt iedere huisarts met palliatieve zorg te maken. Maar de ene veel meer dan de andere. Het maakt nogal wat uit of je als huisarts in een plattelandsomgeving werkt of in een Vinex-wijk. Er zijn grote verschillen tussen de patiëntengroepen van de diverse huisartsenpraktijken in Nederland. Ook de mogelijkheden voor verwijzing of samenwerking met andere zorgverleners kunnen regionaal enorm verschillen. Dus daarom moesten we de ideeën over wat basiszorg is soms bijstellen.' 

Koppeling met Kwaliteitskader palliatieve zorg 

De handreiking sluit inhoudelijk en in taalgebruik aan bij het Kwaliteitskader palliatieve zorg. 'Niet zo vreemd natuurlijk', zegt Van Deursen, 'want palliatieve zorg is bij uitstek multidisciplinaire zorg. Het is belangrijk dat alle disciplines dezelfde taal spreken. De terminologie van het Kwaliteitskader is dus een belangrijke bron geweest voor de termen die we in de handreiking gebruiken.' 

De aansluiting bij zowel de inhoud als de taal van het Kwaliteitskader betekent bijvoorbeeld dat de handreiking uitgebreid ingaat op de vier dimensies van palliatieve zorgverlening (lichamelijk, psychisch, sociaal en zingeving) en de signalering/markering van de palliatieve fase.  

Ook proactieve zorgplanning krijgt uitvoerig aandacht. ‘Als vastgesteld is dat de ziekte niet meer te genezen is, gaat de huisarts, waar passend (gezien het ziektebeeld of de behoeften van de patiënt) in gesprek over palliatieve zorg’, is een belangrijke vaststelling in de handreiking. 'De handreiking stelt terecht vast dat de start van die gesprekken sterk afhankelijk zijn van het ziektebeeld en de wensen van de patiënt', voegt Van Deursen toe, 'maar je moet niet te lang wachten voordat je in gesprek gaat over behandelwensen en -grenzen.' 

Betaaltitel proactieve zorgplanning voor huisartsen 

Het thema proactieve zorgplanning (pzp) raakt één van de randvoorwaarden van goede palliatieve zorg die in financiële zin nog niet goed zijn ingevuld, geeft Van Deursen aan. 'Hoewel de NZa sinds januari 2025 een betaaltitel voor proactieve zorgplanning in de medisch specialistische zorg heeft geïntroduceerd, bestaat een soortgelijke regeling nog niet voor huisartsen.'  

Uiteraard voeren huisartsen in hun praktijk al vele pzp-gesprekken, maar die kunnen niet als zodanig gedeclareerd worden. Er is inmiddels wel een regeling in de maak. 'Hopelijk is die betaaltitel proactieve zorgplanning voor huisartsen vanaf 1 januari 2027 een realiteit', zegt Van Deursen. 

Samenwerking met andere zorgaanbieders in de eerste lijn 

Andere randvoorwaarden die nog niet volledig en optimaal zijn ingevuld betreffen, zoals geschreven, thema’s als de samenwerking met andere zorgaanbieders in de eerste lijn en de beschikbaarheid van voldoende kennis en expertise. Palliatieve zorg zonder noodzaak tot samenwerking is zelden mogelijk, geeft de handreiking aan: ‘Palliatieve zorg is doorgaans transmuraal en interdisciplinair. Hierbij zijn verschillende zorg- en hulpverleners, en vrijwilligers betrokken, zoals het huisartsenteam, apothekers, medisch specialisten, thuiszorgverleners en hulpverleners uit het sociale domein.’  

Ter bevordering van de samenwerking ziet de werkgroep een belangrijke taak weggelegd voor de regionale huisartsorganisaties (RHO’s) en/of huisartsendienststructuren (HDS). 'Zij kunnen een waardevolle ondersteunende rol vervullen, bijvoorbeeld bij het faciliteren van digitale gegevensuitwisseling, de inzet van netwerkpartners, bewaking van kwaliteitseisen, het stimuleren van deskundigheidsbevordering en de ondersteuning van de PaTz (Palliatieve Zorg Thuis)-groepen.' Een landelijke blauwdruk voor de ideale organisatie van samenwerking valt niet te maken, geeft Van Deursen aan. Daarvoor zijn er teveel regionale verschillen. 

Deelname aan PaTz-groepen 

De genoemde PaTz-groepen komen in de handreiking op diverse plekken voorbij. Niet alleen als het om het bevorderen van de samenwerking gaat, maar ook bij de financiële knelpunten; er is immers nog geen standaard financiering voor deelnemers aan PaTz-groepen. De handreiking benoemt expliciet dat de financiering voor niet-patiëntgebonden tijdsinzet niet voldoende geregeld is, en geeft als voorbeeld het consulteren van PaTz-groepen, maar ook het deelnemen aan PaTz-groepen. Zowel Stichting PaTz als Stichting PZNL doen er alles aan om die structurele financiering te bereiken. 

Deelname aan PaTz-groepen is juist zo relevant voor de beschikbare deskundigheid van huisartsen, stelt de handreiking: ‘Deelname aan een PaTz-groep helpt bij het vergroten van deskundigheid.’ Suggereert de handreiking hiermee dat alle huisartsen zich moeten aansluiten bij een PaTz-groep? 'Nee', zegt Van Deursen, 'dat hoeft niet per se. Maar het is wel belangrijk dat alle huisartsen toegang hebben tot een plek waar zij hun casussen over complexe situaties kunnen inbrengen. Dat levert voor de patiënt zelf voordelen op, maar de voordelen gaan verder dan die ene situatie.' Daarnaast gelden nog meer voordelen van PaTz-deelname, geeft Van Deursen aan. 'Via PaTz-groepen doet een huisarts kennis op en de deelname draagt bij aan de korte lijnen en samenwerking met de betrokken kaderarts palliatieve zorg en andere betrokken zorgverleners, zoals thuiszorg en apotheek.' 

Actualisatie in 2029 

De handreiking heeft in principe een geldigheid van drie jaar. In 2029 zal het NHG bekijken of een herziening of actualisatie noodzakelijk is. Twee onderwerpen komen daar nu al voor in aanmerking, voorspelt Van Deursen: 'Als er daadwerkelijk per 2027 een betaaltitel proactieve zorg voor huisartsen komt, zullen we dit natuurlijk in de handreiking verwerken. Daarnaast komt er een actualisatie van het Kwaliteitskader aan; in de zomer komt de herziene versie uit. Ik ben daar vanuit het NHG bij betrokken, dus ik weet bijvoorbeeld dat daarin mogelijke wijzigingen zullen zijn rondom de markering van de palliatieve fase en de positie van de Surprise Question. Als het noodzakelijk is om onze handreiking daarop aan te passen, voeren we dat door. Zo blijven we altijd een actuele handreiking behouden.' 

 

Voor vragen, neem contact op met:
Laatst geactualiseerd: 24 februari 2026
Niet gevonden wat je zocht?
Mail de redactie
Mail de redactie met jouw evenement, nieuws of tool waar anderen baat bij kunnen hebben. Suggesties of klachten over informatie zijn ook zeer welkom. Met jouw inbreng kunnen we Palliaweb verbeteren.