Droge mond
Voor (het behoud van) een gezonde mond is de aanwezigheid van voldoende speeksel essentieel. Wanneer te weinig speeksel in de mond aanwezig is, kan dit leiden tot tal van klachten en symptomen doordat de functies van het speeksel worden verminderd.
De belangrijkste functies van speeksel zijn:
- Smeermiddel en bevochtiging
Speeksel zorgt voor smering van voedsel, waardoor het gemakkelijker door de mond en keel glijdt. Het voorkomt ook dat de mond en keel te droog worden. Bij patiënten met een gebitsprothese draagt speeksel bij tot een betere functie en comfort. - Spijsvertering
Speeksel bevat enzymen, zoals amylase, die helpen bij de afbraak van zetmeel in voedsel. Dit is het begin van de spijsvertering, omdat het de eerste stap is in het omzetten van complexe koolhydraten in eenvoudigere suikers. - Bescherming van gebitselementen en slijmvliezen
Speeksel helpt bij het voorkomen van tandbederf (cariës) door zuren te neutraliseren (door een bufferende werking) en mineralen zoals calcium en fosfaat te leveren, die tandglazuur versterken. Speeksel houdt de lippen en slijmvliezen vochtig en soepel. - Antibacteriële en -virale eigenschappen
Speeksel bevat stoffen met antibacteriële eigenschappen die helpen bij het bestrijden van bacteriën en infecties in de mond. - Spraak
Speeksel speelt een rol bij de vorming van geluiden tijdens spraak. Het helpt ook bij het smeren van de mond tijdens het spreken. - Bijdrage aan smaak
Waarneming van smaak door smaakpapillen kan alleen als er voldoende speeksel aanwezig is.
Als er onvoldoende speeksel wordt geproduceerd of helemaal geen speeksel wordt afgescheiden, krijgt de patiënt in mindere of meerdere mate te maken met een verslechtering van de functies van speeksel en ontstaan er klachten van een droge mond, ook wel ‘xerostomie’ genoemd.
Hyposialie wordt gedefinieerd als een situatie waarbij er onvoldoende speeksel wordt geproduceerd. Vaak gaan xerostomie en hyposialie hand in hand, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Soms kan er sprake zijn van klachten van een droge mond (xerostomie), terwijl er toch voldoende speeksel in de mond aanwezig is. Andersom komt ook voor: er kan onvoldoende speeksel in de mond aanwezig zijn, terwijl de patiënt niet klaagt over een droge mond (xerostomie). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat wanneer de speekselsecretie langzaam afneemt de patiënt gewend raakt aan te weinig speeksel in de mond.
Dorst kan gepaard gaan met een droge mond. Omgekeerd kan een droge mond ook door vele andere factoren worden veroorzaakt. Het verschil tussen dorst en droge mond door andere oorzaken is dat dorst gelest wordt door drinken, terwijl drinken bij andere oorzaken van droge mond geen of slechts zeer kortdurende verlichting geeft.
Prevalentie verminderde speekselsecretie (hyposialie)
Zowel hyposialie en xerostomie komen frequent voor in de palliatieve fase. De prevalentie van hyposialie in de algemene populatie varieert tussen 6 en 26% [Ojo 2023, Morita 2023] en is rond de 20% bij patiënten die verblijven in een ziekenhuis [Mostad 2023]. Bij ouderen ligt de prevalentie rond de 33% [Pina 2020] en 50-60% die verblijven in een verpleeghuis [Van der Putten 2013].
Prevalentie droge mond (xerostomie)
De algemene prevalentie van xerostomie wordt geschat op 22% [Agostini 2018]. Gerapporteerde prevalentiecijfers onder patiënten met kanker, diabetes of hartfalen lopen op tot ongeveer 85% en in de stervensfase zelfs tot 97% (Fleming 2020, Lima 2017, Lopez-Pintor 2016, Sweeny 1998, Walsh 2023].
De prevalentie onder thuiswonende ouderen varieert van 17% tot 40% [Liu 2012]. In een cohort van thuiswonende kwetsbare ouderen werd de prevalentie van een lage, matige en hoge mate van xerostomie, volgens de xerostomie-index, geschat op respectievelijk 49,3%, 30,3% en 20,4% [Matear 2006]. Bij ouderen die verblijven in een zorginstelling varieert de prevalentie van xerostomie tussen de 28% en 52% [van der Putten 2003, Huppertz 2017].
Oorzaken droge mond (xerostomie) en verminderde speekselsecretie (hyposialie)
Droge mond (xerostomie) en/of verminderde speekselsecretie (hyposialie) kunnen veroorzaakt worden door een scala aan factoren. Dit kan komen door onderliggende ziektebeelden, maar ook door de behandeling die wordt gegeven. Frequente oorzaken zijn:
a. medicatie;
b. ziekte of aandoening;
c. functiestoornis.
Ad a. Medicatie
De belangrijkste oorzaak van droge mond is bijwerking van (chronische) medicamenteuze behandeling, bij ouderen vaak in combinatie met een afname van de acinaire cellen van speekselklieren [Gil-Montoya 2016]. Van ruim 800 geneesmiddelen is bekend dat zij een droge mond als bewerking kunnen hebben. Welke dit zijn kan worden opgezocht in het Farmacotherapeutisch Kompas (FK). Het FK maakt echter geen onderscheid tussen xerostomie en hyposialie.
Geneesmiddelen die behoren tot de volgende klassen leiden vaak tot een gevoel van droge mond:
- anticholinergica;
- opioïden;
- hypnotica;
- antipsychotica;
- anti-emitica;
- benzodiazepinen;
- antidepressiva;
- spasmolytica;
- anti-epileptica;
- antihypertensiva;
- antihistaminica;
- diuretica;
- systemische behandeling (met name chemotherapie en doelgerichte therapie).
Vooral in de palliatieve fase zijn anticholinergica en opioïden de belangrijkste oorzaak van een verminderde speekselsecretie, waardoor in korte tijd de mondgezondheid snel achteruit kan gaan. Vaak komt de speekselsecretie na het stoppen van deze geneesmiddelen weer op gang.
Ad b. Ziekte of aandoening
Aandoeningen die leiden tot verminderde speekselsecretie worden vaak veroorzaakt door veranderingen in de acinaire en ductale cellen van de speekselklieren. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
- atrofie van de speekselklieren;
- obstructie van de afvoergangen door speekselstenen of tumoren;
- auto-immuunziekten zoals het syndroom van Sjögren, syndroom van Heerfordt en benigne lymfoepitheliale laesies (BLEL), auto-immuungerelateerde leverziekten;
- chronische bindweefselziekten zoals sclerodermie en ‘mixed connective tissue disease’;
- ontstekingen van de speekselklieren, zoals parotitis, hiv/aids, hepatitis C en mogelijk ook tuberculose en actinomycose.
Ad c. Functiestoornis
Een functiestoornis van de speekselklieren na bestraling met ioniserende straling van het hoofd-halsgebied is zeer bekend. Morfologisch onderzoek toont aan dat de sereuze acini de meeste stralingsschade vertonen. De hoeveelheid en de ernst van de afbraak van speekselklierweefsel hangen af van de locatie van de tumor, dosering en de duur van de bestraling.
Andere oorzaken van droge mond (xerostomie) en/of onvoldoende speekselsecretie (hyposialie):
- Een openmondademhaling en toediening van zuurstof kunnen zorgen voor een droge mond. De speekselsecretie is vaak normaal, maar door verdamping van speeksel ontstaan er droge slijmvliezen en xerostomie. Daarnaast kan zuurstoftherapie leiden tot een verhoogde ademhaling, wat kan leiden tot xerostomie doordat er meer vocht wordt uitgeademd en het zuurstof langs de slijmvliezen stroomt.
- Roken. Nicotine en andere chemicaliën in tabaksrook hebben een negatieve invloed op de speekselklieren, wat leidt tot een vermindering van de speekselsecretiesecretie.
- Alcohol heeft een uitdrogend effect op het lichaam, waaronder de slijmvliezen in de mond. Dit leidt tot een afname van de speekselsecretie, wat xerostomie kan geven. Wanneer alcohol regelmatig wordt geconsumeerd, kan dit uitdrogende effect langdurig zijn en bijdragen aan hyposialie. Dit komt doordat alcohol de speekselklieren kan irriteren en hun normale functioneren kan verstoren. Bovendien kunnen dranken met een hoog alcoholpercentage, zoals sterke drank, direct de mond uitdrogen en het speekselvolume verminderen. Zelfs bij matig alcoholgebruik kunnen mensen xerostomie ervaren,
- Dehydratie en stoornissen in de elektrolytenbalans (hyper-/hyponatriëmie, hyper-/hypokaliëmie en hyper-/hypocalciëmie) kunnen zich manifesteren als verminderde speekselsecretie, wat resulteert in een verhoogde behoefte aan vocht in de mond. Er zijn verschillende oorzaken voor dehydratie (zie richtlijn Dehydratie en vochttoediening in de palliatieve fase). Dehydratie veroorzaakt vooral een intens gevoel van dorst en droge mond. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals overmatig zweten door een hoge buitentemperatuur of koorts, braken, langdurige diarree, of overmatige urineproductie bij bijvoorbeeld niet-gediagnosticeerde of slecht gecontroleerde diabetes mellitus. Bij sommige patiëntengroepen kan de dorstprikkel zijn verminderd zoals bij ouderen, nierpatiënten, patiënten met een neurologische aandoening, patiënten met een ernstige psychische aandoening.
- Patiënten met ernstige nieraandoeningen, zoals hemodialysepatiënten, kunnen ook last hebben van een voortdurend droge mond als gevolg van verstoringen in de elektrolytenbalans. Bovendien kan het van belang zijn dat drinken van vloeistoffen vanwege een vochtbeperking bij deze patiënten tot een minimum is beperkt, wat het xerostomie verder verergert.
- Emotionele stoornissen zoals stress, depressie en angst kunnen tijdelijk leiden tot verminderde speekselsecretie.
- Vitaminegebreken (A, B3, B6, B12, C, D, E) kunnen ook resulteren in een verminderde speekselsecretie en ontsteking van de slijmvliezen.
- Hormonale veranderingen zoals bij (postmenopauzale) vrouwen kunnen ook de speekselsecretie negatief beïnvloeden [Liu 2001, Jacob 2022].
- De secretie van speeksel wordt gereguleerd door neuro-hormonale mechanismen. Aandoeningen van het centrale en/of perifere zenuwstelsel kunnen daarom de snelheid van speekselafscheiding beïnvloeden.
- Aandoeningen die gepaard gaan met degeneratie van zenuwen kunnen ook leiden tot verminderde speekselsecretie. Neurologische aandoeningen die een negatieve invloed kunnen hebben op de speekselsecretie zijn: cerebral palsy, Bell’s palsy, ziekte van Parkinson, ziekte van Alzheimer, syndroom van Holmes-Adie.
Agostini BA, Cericato GO, Silveira ERD, Nascimento GG, Costa FDS, Thomson WM, Demarco FF. How Common is Dry Mouth? Systematic Review and Meta-Regression Analysis of Prevalence Estimates. Braz Dent J. 2018 Nov-Dec;29(6):606-618. Doi: 10.1590/0103-6440201802302. PMID: 30517485.
Bulthuis MS, van Gennip LLA, Thomas RZ, Bronkhorst EM, Laheij AMGA, Raber-Durlacher JE, Rozema FR, Brennan MT, von Bültzingslöwen I, Blijlevens NMA, Huysmans MDNJM, van Leeuwen SJM. The effect of conditioning regimen and prescribed medications on hyposalivation in haematopoietic cell transplantation (HCT) patients: an 18-month prospective longitudinal study. Clin Oral Investig. 2023 Dec;27(12):7369-7381. Doi: 10.1007/s00784-023-05327-1. Epub 2023 Oct 18. PMID: 37853264; PMCID: PMC10713764.
Fleming M, Craigs CL, Bennett MI. Palliative care assessment of dry mouth: what matters most to patients with advanced disease? Support Care Cancer. 2020 Mar;28(3):1121-1129. Doi: 10.1007/s00520-019-04908-9. Epub 2019 Jun 14. PMID: 31201546; PMCID: PMC6989644.
Huppertz VAL, van der Putten GJ, Halfens RJG, Schols JMGA, de Groot LCPGM. Association Between Malnutrition and Oral Health in Dutch Nursing Home Residents: Results of the LPZ Study. J Am Med Dir Assoc. 2017 Nov 1;18(11):948-954. Doi: 10.1016/j.jamda.2017.05.022. Epub 2017 Jul 18. PMID: 28733180.
Jacob LE, Krishnan M, Mathew A, Mathew AL, Baby TK, Krishnan A. Xerostomia - A Comprehensive Review with a Focus on Mid-Life Health. J Midlife Health. 2022 Apr-Jun;13(2):100-106. doi: 10.4103/jmh.jmh_91_21. Epub 2022 Sep 16. PMID: 36276621; PMCID: PMC9583374.
Lima DLF, Carneiro SDRM, Barbosa FTS, Saintrain MVL, Moizan JAH, Doucet J. Salivary flow and xerostomia in older patients with type 2 diabetes mellitus. PloS One. 2017 Aug 2;12(8):e0180891. Doi: 10.1371/journal.pone.0180891. PMID: 28767676; PMCID: PMC5540406.
Liu B, Dion MR, Jurasic MM, Gibson G, Jones JA. Xerostomia and salivary hypofunction in vulnerable elders: prevalence and etiology. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol. 2012 Jul;114(1):52-60. Doi: 10.1016/j.oooo.2011.11.014. Epub 2012 May 4. PMID: 22727092.
Liu, B., et al. "Postmenopausal hormone therapy and tooth loss: A prospective study." Menopause (2001).
López-Pintor RM, Casañas E, González-Serrano J, Serrano J, Ramírez L, de Arriba L, Hernández G. Xerostomia, Hyposalivation, and Salivary Flow in Diabetes Patients. J Diabetes Res. 2016;2016:4372852. Doi: 10.1155/2016/4372852. Epub 2016 Jul 10. PMID: 27478847; PMCID: PMC4958434.
Matear DW, Locker D, Stephens M, Lawrence HP. Associations between xerostomia and health status indicators in the elderly. J R Soc Promot Health. 2006 Mar;126(2):79-85. Doi: 10.1177/1466424006063183. PMID: 16562776.
Morita I, Morioka H, Abe Y, Nomura T, Nakashima S, Sugiura I, Inagawa Y, Kondo Y, Kameyama C, Kondo K, Kobayashi N. Discordance between hyposalivation and xerostomia among community-dwelling older adults in Japan. PloS One. 2023 Mar 3;18(3):e0282740. Doi: 10.1371/journal.pone.0282740. PMID: 36867629; PMCID: PMC9983907.
Mostad IL, Reinan TK, Halgunset J, Thoresen L, Feuerherm AJ, Kolberg M. Oral health problems are associated with malnutrition in hospitalised adult patients. Clin Nutr ESPEN. 2023 Oct;57:527-536. Doi: 10.1016/j.clnesp.2023.07.088. Epub 2023 Jul 31. PMID: 37739702.
Ojo KO, Odukoya OO, Ayanbadejo PO, Akinlawon D. Prevalence of periodontitis and oral hygiene practices among diabetic and non-diabetic patients in a tertiary hospital in Lagos: a cross-sectional study. Pan Afr Med J. 2023 Jul 19;45:131. Doi: 10.11604/pamj.2023.45.131.37904. PMID: 37790148; PMCID: PMC10543909.
Pina GMS, Mota Carvalho R, Silva BSF, Almeida FT. Prevalence of hyposalivation in older people: A systematic review and meta-analysis. Gerodontology. 2020 Dec;37(4):317-331. Doi: 10.1111/ger.12497. Epub 2020 Sep 23. PMID: 32965067.
Sweeney MP, Bagg J, Baxter WP, Aitchison TC. Oral disease in terminally ill cancer patients with xerostomia. Oral Oncol. 1998 Mar;34(2):123-6. Doi: 10.1016/s1368-8375(97)00076-6. PMID: 9682775.
Van der Putten GJ, Brand HS, De Visschere LM, Schols JM, de Baat C. Saliva secretion rate and acidity in a group of physically disabled older care home residents. Odontology. 2013 Jan;101(1):108-15. Doi: 10.1007/s10266-011-0054-x. Epub 2011 Dec 11. PMID: 22160238.
Van der Putten GJ, Brand HS, Bots CP, van Nieuw Amerongen A. Prevalentie van xerostomie en hyposalivatie in een verpleeghuis en de relatie met voorgeschreven medicatie [Prevalence of xerostomia and hyposalivation in the nursing home and the relation with number of prescribed medication]. Tijdschr Gerontol Geriatr. 2003 Feb;34(1):30-6. Dutch. PMID: 12629908.
Walsh M, Fagan N, Davies A. Xerostomia in patients with advanced cancer: a scoping review of clinical features and complications. BMC Palliat Care. 2023 Nov 11;22(1):178. Doi: 10.1186/s12904-023-01276-4. PMID: 37950188; PMCID: PMC10638744.